Terrazzo- en Vloerenbedrijf Traas

Daniëlsweg 4
4451 HP Heinkenszand

T:(0113) 56 88 77
F:(0113) 56 88 78
traasvloeren@traasvloeren.nl

- Actueel -

Rijksmuseum Amsterdam

 

Voor collega bedrijf "Candido terrazzo" uit Amsterdam hebben wij de ondervloeren gemaakt ...

Lees meer »

Opstart protocol vloerverwarming uitgegeven door bedrijfschap afbouw

Opstook- en afkoelprotocol vloerverwarming 

Het is zeer belangrijk dat , voor de defin...

Lees meer »

6% regeling is per 1 oktober geëindigd !

Per 01-10-2011 kunt u Geen gebruik meer maken van de tijdelijke btw verlaging !

De m...

Lees meer »

Wij hebben afscheid genomen van 2 van onze trouwe medewerkers..........

Van Bas en Chiel hebben wij op 3 september afscheid genomen. Bas heeft  na 30 jaar t...

Lees meer »

BETONVLOEREN

Iedere goede vloer begint bij de juiste ondervloer of constructievloer.

Waar moet men rekening mee houden bij het ontwerp van de vloer? Allereerst bepaalt u welke belasting gaat u op de vloer loslaten. Zijn dit zware puntlasten, zoals het rijden van palletwagens met massieve wielen waar regelmatig zware lasten mee worden verplaatst? Is het een gelijkmatige belasting? Welke vlakheid moet de vloer hebben? Gaat u bijvoorbeeld heel hoog fruitkisten stapelen. Moet de vloer goed schoon te maken zijn? Voor bijvoorbeeld de voedings industrie. Mag deze voor de Arbo niet te glad zijn. Is het noodzakelijk dat  de vloer vloeistofdicht is, bestand is tegen dooizouten of chemicalien? En zeker niet onbelangrijk wat wordt de verdere vloerafwerking.

Aan de hand van de te verwachten belasting en met een rapportage van de kwaliteit van de grondslag (sondeer rapport ) zal een constructeur een berekening kunnen maken voor uw constructieve ondervloer. Hij bepaalt voor u minimale dikte, de hoeveelheid wapening en de plaats van de wapening, alsmede de kwaliteit van de betonmortel. Ook kan hij u adviseren om wel of niet de vloer te onder-heien. Als u besluit de vloer niet te onderheien is de detaillering van zeer groot belang, de vloer moet namelijk in zijn totaliteit onbelemmerd kunnen zakken. Met al deze gegevens kan een aannemer of het vloerenbedrijf voor u een optimaal vloeradvies maken,welek compleet toegesneden isop uw wensen.

De aannemer zorgt voor de juiste maatvorming, voor de het maken van een deugdelijke bekisting en de nodige bouwkundige voorzieningen, waarna de specialist in betonwapening zorgt voor het op juiste wijze aanbrengen van de wapening. De plaats van de wapening is van zeer groot belang. Als de ondergrond slecht van kwaliteit is, wordt er dikwijls een werkvloer aangebracht van 3 cm vloeispecie of van een zeer fijne beton, hierdoor wordt voorkomen dat het wapeningsijzer in contact komt met het onderliggende zandpakket zodat de wapening in de beton niet kan roesten. Als vloerenbedrijf kunnen wij deze werkvloer op vakundige wijze en tegen een scherpe prijs voor u realiseren.  

Uw vloerenbedrijf zorgt er voor, in nauw overleg met de betonleverancier, dat er een juist mengsel wordt gemaakt welke goed verwerkbaar is maar ook kwalitatief aan alle eisen voldoet. De beton samenstelling wordt door de  betonleverancier zeer nauwkeurig uitgewerkt, hij kan voor u een vloeistofdicht mengsel maken, een mengsel wat zeer fijn van opbouw is omdat soms veel wapenings ijzer aanwezig is, of een zelfverdichtend mengsel omdat trillen niet mogelijk is.  Ook betonmengels met staalvezels kunnen  worden geproduceerd, daardoor is de traditionele wapening overbodig. Let op dit is niet voor iedere vloer mogelijk, ook hierin kunnen wij u als vloerenspecialist adviseren. 

Let op! Een zeer vloeibaar mengsel is geen slechte beton, maar is altijd een zeer hoogwaardige betonmengsel. Door toevoegingen van geavanceerde hulpstoffen zal het mengsel vloeibaarder worden en daarmee beter verwerkbaar maar bevat geen druppel meer water!  Het op de bouwplaats toevoegen van grote hoeveelheden water heeft  een negatieve invloed op de eind kwaliteit van de beton!        

In 2006 zijn de nieuwe benamingen van cementsoorten, betonklassen en milieuklassen ingevoerd welke voor geheel europa gelden, in onderstaande schema ziet u een tabel met de europeesche benamingen en toepassings gebieden.
Klik hier voor Sterkteklassen en milieuklassen

BETON STORTEN EN AFWERKING
Met behulp van een betonpomp variërend in lengtes van 17 m¹ t/m 52 m¹ wordt de beton op juiste plaats gebracht. Als de lengte van de pomp niet voldoende is kunnen we deze door het aanleggen van buizen verlengen tot circa 100 m. Dan wordt de betonmortel door de betonwerkers gespreid en vakkundig  verdicht met behulp van trilnaalden. Door te weinig te trillen kunnen er grindnesten ontstaan, maar door te veel te trillen kan de beton ontmengen waardoor een zeer slechte toplaag ontstaat waar men moeilijk andere vloerafwerkingen hechtend op aan kan brengen. Er ontstaat dan een zeer dikke sliblaag welke door middel van frezen of stralen verwijderd moet worden. Met gebruik van laser wordt de vloer op de juiste hoogte aangebracht, en met behulp van een aluminium rei of een motorspaan wordt de vloer vlak gemaakt. Ook dit vergt het nodige vakmansschap!


 


De vloer is dan geschikt voor verdere afwerking, er kan een zand-cementdek vloer op worden aangebracht waarna een nader te bepalen vloerafwerking op kan worden gemaakt.
We kunnen de betonvloer ook nog gaan bewerken in zijn verhardingsfase. Wij noemen dit de vloer MONOLITISCH AFWERKEN, of vlinderen.


Als de betonvloer is opgesteven zodat we er net op kunnen lopen gaan we met de vlindermachine (pleister of afwerkmachine ) de bovenste laag open schuren. Daarna kunnen we de vloer instrooien met een slijtvast materiaal. Er zijn verschillende soorten slijtvaste korrels welke in verschillende hardheidsklassen worden ingedeeld. Zo kunnen we vloeren maken met een zeer hoge slijtweerstand. Het meest toegepaste instrooi materiaal is kwarts wat relatief goedkoop is t.ov. de hogere slijtklassen.We kunnen dus bij de afwerking van de vloer de slijtvastheid van een vloer in hoge mate beïnvloeden. Alle slijtvaste korrels worden vermengd met cement zodat deze zeer goed aan de betonvloer hechten.

Ook kunnen we de stooilaag voorzien van een cementkleurstof, zodat op een relatief goedkope manier de vloer een kleurtje mee krijgt. De kleur keuze is echter beperkt en de vloer wordt niet zo strak als een coating. Er zullen diverse kleurschakeringen te zien zijn en de afwerking van de kanten en randen zullen qua kleur en structuur verschillen. De vloer moet dan wel worden nabehandeld met een was of blanke coating om vervuiling tegen te gaan.                          

De slijtlaag wordt met de schep zorgvuldig gestrooid, zodat er geen hopen liggen. De strooilaag wordt met de vlindermachine ingedraaid. De vloer moet nu weer drogen tot de structuur fijner wordt als we deze met de machine schuren. Als de vloer een fijne structuur heeft verkregen worden de schuurbladen van de machine er afgehaald en wordt de vloer verder afgewerkt met de afwerk bladen. De Vloer wordt zo vaak gevlinderd totdat de toplaag glad en gesloten is. De vloer heeft nu een zeer harde toplaag gekregen welke zeer slijtvast is.

Het afwerken van een betonvloer moet gebeuren in de verhardingsfase van de beton, vanaf de eerste binding tot het keiharde eindresultaat. Dit betekent in de zomer zeer snel na storten beginnen met afwerken, maar in de koude winter periode wordt dit bijna altijd nachtwerk. We kunnen door het toepassen van verschillende cement soorten de aanvangbinding van de mortel beïnvloeden. In de winter periode wordt meestal gebruik gemaakt van Cem I, 52.5R (Portland klasse C), in combinatie met, Cem III (hoogoven) of Cem I 32.5 N (portland klasse A cement).

Als we geen Cem I, 52.5R  (portland-C) toepassen in de winter zal het betonoppervlak door wind of lage luchtvochtigheid gaan drogen, het oppervlak is dan al zo droog dat we deze moeten gaan bewerken, echter doordat de onderlaag nog niet aan het bindingsproces bezig is zullen we direct als we met de machine draaien door de harde korst in de natte beton zakken. De vloer zal dan steeds meer gaan golven en de gewenste vlakheid zal niet meer haalbaarzijn.  Doordat wij draaien met benzine motoren krijgen we s avonds en s'nachts steeds meer klachten van geluidsoverlast, ook dat kan een overweging zijn om wat meer Cem I, 52.5R  (portland-C )toe te passen

Dat een Cem I, 52.5R (portland C) meer scheurvorming veroorzaakt is gebaseerd op het feit dat bij deze cementsoort de aanvangsbinding eerder begint  (hydratatie-warmte ontwikkeld), daardoor komt de chemische reactie sneller opgang en zal de totale binding van de mortel sneller verlopen dan bijvoorbeeld een hoogoven cement. Doordat er meer warmte wordt ontwikkeld zal er een snellere verdamping van vocht plaatsvinden en daardoor meer krimp optreden wat weer scheurvorming tot gevolg kan hebben.

Echter als de omgevings-temperatuur en de specie temperatuur zakken zal de totale warmte ontwikkeling ook zakken waardoor minder krimp dus ook minder kans op scheurvorming optreed. Een Cem I, 52.5R (portland C )bij 5 graden zal minder krimp vertonen dan een Cem III (hoogoven) bij 20 graden ! Een vaak onderschatte factor in het drogings en krimpproces is de luchtvochtigheid, de meeste scheurvorming ontstaat door een tijdelijke zeer lage luchtvochtigheid er wordt dan veel vocht aan de lucht afgegeven waardoor een zeer snelle uitdroging optreed. Aan deze factoren zijn we als vloerenbedrijf overgeleverd en kunnen wij vaak niet beïnvloeden. Door onze jaren lange ervaring kunnen wij een redelijke inschatting maken van de diverse weerinvloeden, echter ook wij vergissen ons wel eens. Weer blijft ook voor ons een moeilijke factor met de nodige risicos

Een monoliet vloer heeft een gevlekt oppervlak waarin verschillende kleurnuances voorkomen, dit komt door de roterende machine waarmee wordt afgewerkt. De toplaag heeft volgens onze normeringen geen esthetische waarde, maar wordt wel vaak als heel mooi beschouwd. Randen en kanten worden met de hand afgewerkt waardoor de structuur en kleur afwijken van de plaatsen waar met grote machine’s kan worden gewerkt, ook zullen kanten meestal wat oplopen om dezelfde reden.

Deze methode wordt vaak toegepast in bedrijfspanden. Het is relatief een goedkope manier om een keiharde vloer te verkrijgen, immers de constructie vloer moet toch worden aangebracht. Deze vloeren zijn stofarm en zeer gemakkelijk te reinigen.

Betonvloeren maken is werk van vakmensen, maar door het bewerken van de nog vervormbare betonmortel wordt de vlakheid van de vloer nadelig beïnvloed. Door het kruislings vlinderen van de vloeren, en het gebruik van machines met een groot oppervlak trachten we afwijkingen zoveel mogelijk te beperken.

Het is en blijft echter een handmatig proces waardoor maat afwijkingen niet zijn te voorkomen. De vlakheid wordt ook mede bepaald door het drogingproces. De zogenaamde bleeding van de beton heeft ook een nadelige werking op de vlakheid. De uittreding van veel vocht heeft niet alleen overmatige krimp tot gevolg, maar meestal moet het water met vloerwissers worden verwijderd zodat de beton weer overmatig wordt vervormd. We spreken in de NEN 2747 over een afwijking van 8-12mm in vlakheidklasse 5 en 6-10 mm in klasse 4 gemeten over een lengte van 2 meter. Bedrijfsvloeren vallen normaal gesproken in klasse 4 of klasse 5. Vlakheidsklasse 2 en 3 wordt alleen toegepast in hoogbouw magazijnen, en vlakheidsklasse I is alleen te behalen door de vloer, na afwerking, te voorzien van een egalisatie mortel.Voor normaal bedrijfsgebruik is klasse 5 geen enkel probleem.

Als een vloer onder afschot moet worden gemaakt, naar bijvoorbeeld afvoer putjes, dan moeten wij minimaal 13 mm afschot/m¹ aanhouden wil het water naar de putjes lopen. Bij minder afschot kan er altijd plasvorming optreden.
Klik hier voor meer informatie over NEN2747

Een nadeel van beton is dat eraltijd  krimp optreed waardoor er krimpscheuren kunnen ontstaan. Om de scheurvorming trachten te sturen  worden de vloeren vaak voorzien vandillataties of zaagsneden met een minimale diepte van 1/3 van de dikte van de vloer. De vloer vakken variëren van 50-70 m². Zeker bij een enkele wapening zal dit worden gedaan even als bij de staalvezel versterkte betonvloeren. Vooral deze laatste zorgt inwendig in vloer voor veel spanningen, belangrijk is dan ook dat deze tijdig wordt gezaagd om voortijdige scheurvorming te voorkomen. Meestal moet deze 2-3 dagen na het aanbrengen van de vloer worden gezaagd.Ondanks de nodige maatregelen kan een betonvloer nog op onverwachte plaatsen scheuren.

Een constructeur kan aan de hand van berekeningen de plaatsen bepalen waar de meeste krimp zal optreden. Hij kan dan kiezen om meer wapening op deze plaatsen toe te passen of een dilatatie te maken. Hiervoor zijn speciale profielen in de handel, want ook hier geld dat alleen een goede uitgevoerde dilatatie effectief is.   

 Voorbeeld van een voegconstructie

 
         
In de bovenlaag kan krimp voor komen in de vorm van kleine haarscheurtjes dit noemen we craquelé. Dit heeft geen enkel invloed op de kwaliteit van de betonvloer. Hiervoor kan de vloer nooit worden afgekeurd, de mate van craquelé kan beïnvloed worden door de luchtvochtigheid, het uittreden van water uit de specie (bleeding) de droog snelheid in combinatie met de luchtvochtigheid en dit zijn allemaal factoren die zeer moeilijk zijn te beïnvloeden. Ook kunnen er verontreinigingen voorkomen in de toplaag b.v.  stukje tempex of hout. Doordat de afwerking van een betonvloer van zoveel factoren afhankelijk is welke niet door ons kunnen worden beïnvloed is het helaas niet mogelijk om altijd een 9 te scoren voor de eind afwerking. We zijn afhankelijk van de beton samenstelling, de fijnheid van het mengsel, de cementsoort, de vochtigheid van het mengsel, de droging, de luchtvochtigheid, omgevings en specie temperatuur, hoeveelheid luchtverplaatsing etc.

Een monoliet betonvloer is bijna nooit vlak genoeg om tegels op te lijmen of om marmoleum te plakken, men dient altijd rekening te houden met eventueel egaliseren van de vloer. Daarom moet u vroeg in de bouwplannen bepalen welke vloer afwerking u wenst.

Want u weet: “ Vloeren vormen de Basis “